Op 21 mei organiseerde de Leuven-Europa-Club (LEUC) met de steun van Europa Direct (Provincie Vlaams Brabant), Leuven 2030 en Leuven MindGate een panelgesprek over de ‘Clean Industrial Deal’ in de Raadszaal van het Provinciehuis in Leuven. De doelstelling van LEUC is om Leuven en Europa dichter bij elkaar te brengen, en die kreeg nu vorm via een paneldebat over dit sleuteldocument dat de richting van het Europees economisch beleid in de komende jaren zal bepalen. Hiertoe werd een deskundig panel bij elkaar gebracht, met sprekers vanuit de Commissie (Jos Delbeke en Stefaan Vergote), de industrie (Ruth Lambrechts, Umicore), de academische wereld (Karel Van Acker, professor Duurzaam materialenbeheer), en de lokale politiek (Thomas Van Oppens, Leuvens schepen voor o.m. klimaat, duurzaamheid en financiën).

Samen zochten ze antwoorden op vragen zoals “Kan dit Europese initiatief, in een woelige wereld, een duurzame toekomst garanderen voor deze en volgende generaties?”, en “Wat kunnen we op verschillende niveaus (Europa, industrie, samenleving, politieke wereld, academische wereld, financiële wereld, steden…) doen om de vooropgestelde doelstellingen te bereiken? Het debat werd vakkundig gemodereerd door Hilde Hardeman, Directeur-Generaal van het Bureau voor publicaties van de Europese Unie die er ook voor zorgde dat de vragen vanuit het publiek een uitvoerig antwoord kregen.

Een brede waaier aan onderwerpen kwamen aan bod: o.a. de verhouding van de Clean Indusrial Deal tot de Green Deal; de rol van de overheid in het stimuleren van de vraag naar nieuwe technologieën (o.m via haar aankoopbeleid); de rol van nationale overheden in de implementatie van de Clean Industrial Deal; de verwachte effecten van het cross-border adjustment mechanism (CBAM); en, last but not least, de financiering en de sociale dimensie van de groene transitie.

Een greep uit de kernboodschappen van het panel:

De impact van de Green Deal is al duidelijk merkbaar: vandaag wordt de helft van de electrische energieproductie in de EU opgewekt op basis van hernieuwbare energiebronnen. Van alle auto’s die verkocht werden in het eerste kwartaal van 2025 in België, is een derde electrisch.. Belangrijke economische en geopolitieke schokken hebben recent de energieprijzen sterk opgedreven, maar de Green Deal wordt niet in vraag gesteld. Nu moet de zware industrie de omslag maken, en onze cleantech industrie moet zich kunnen ontplooien. De overheid kan daar een grote rol bij spelen, o.a. door de vraag aan te zwengelen via regelgeving of openbare aanbestedingen met duurzaamheidscriteria. Het industrieel beleid is echter nog erg versnipperd over de lidstaten. De nieuwe ‘Industrial Decarbonisation Bank’ maakt 100 miljard beschikbaar om financiering te mobiliseren voor de industriële transitie. Ook moeten ons handels-, investerings- en onderzoeksbeleid goed afgestemd worden op deze beleidsprioriteiten.” (Stefaan Vergote)

Het verheugt ons dat Europa de urgentie van de ontwikkeling van cleantech en de decarbonisatie van de industrie duidelijk erkent. De Clean Industrial Deal ondersteunt de sociale dimensie van de groene transitie door het ondersteunen van de tewerkstelling. Nu moet daad bij woord gevoegd worden. Zal de EU daadkrachtig optreden in het bevorderen van local content? Zal het nationaal beleid in de lidstaten volgen? Zal de financiering verder gaan dan het herschikken van reeds bestaande middelen? Als de vraag naar duurzame lokale producten komt, zal de industriële productie wel volgen. Er is grote aandacht voor circularititeit, maar er is nog geen Single Market voor afval, wat tot erg veel administratieve overlast zorgt bij het recycleren over de grenzen heen.  Umicore gebruikt enkel hernieuwbare energie. Toch genieten zij niet van het bijhorende kostenvoordeel gezien de prijs gezet wordt op basis van de productieprijs van gascentrales. Power Purchase agreements maken dure offshore investeringen mogelijk. Zij zouden moeten kunnen erkend worden in de berekening van de CO2 voetafdruk van batterijen. Digitale product paspoorten kunnen ook een gamechanger zijn, als een QR-code de consument volledige informatie geeft over de duurzaamheidskenmerken van producten.” (Ruth Lambrechts)

De circulaire economie is van centraal belang om op een efficiëntere manier met onze materialen om te gaan, en onze economie productiever te maken. We moeten daarom blijven inzetten op innovatie, o.a. via ecodesign. Overheden kunnen ook een belangrijke rol spelen door het stimuleren van markten voor tweedehandsproducten en gerecycleerde materialen, de levensduur van producten te verlengen door herstelmogelijkheden aan te bieden en door het beschikbaar maken van deelinfrastructuur. In Vlaanderen is er al een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid met doelstellingen rond recyclage, maar er is ruimte om herstel en hergebruik nog meer aan te moedigen. We kunnen ook nog sterker inzetten op innovatie in de ontwikkeling van materialen. We moeten ook goed letten op ons taalgebruik: we spreken heel vaak over het vermarkten van producten, terwijl de circulaire transitie ook sterk draait om het ontwikkelen van specifieke circulair geïnspireerde diensten.” (Karel Van Acker)

De Clean Industrial Deal is van groot belang voor het halen van de klimaatdoelstellingen. We willen die doelstellingen natuurlijk niet halen door onze industrieën te sluiten: we moeten economisch overeind blijven. De EU moet zoeken naar slimme samenwerkingsverbanden met China, die voor gelijkaardige uitdagingen staat: het afbouwen van fossiele energie, de energie-efficiëntie opkrikken, de shift naar meer electrifiatie.  Andere internationale partners van de EU (vb. in Noord-Afrika) bieden ook potentieel voor strategische samenwerkingen, mits de juiste afspraken gemaakt worden. Overheden kunnen de transitie versnellen door slimme aanpassingen in hun aankoopbeleid, waarbij er vb. niet enkel naar het goedkoopste, maar ook het meest duurzame aanbod gekeken wordt. De nieuwe investeringen in defensie die op til staan kunnen ook een hefboom zijn als ze gekoppeld worden aan duurzame en local content-criteria.“ (Jos Delbeke)

Inzetten op de beleidsprioriteiten van de Clean Industrial Deal is niet alleen van belang voor het klimaat en het milieu. Het helpt ons ook onze afhankelijkheid van buitenaf te verminderen. Het Carbon Border Adjustment Mechanism kan buitenlandse spelers de juiste motivatie geven om gelijkaardige standaarden te gaan hanteren als de EU. Maar moeten we onze consumptiepatronen niet eens herbekijken? Moet energie altijd goedkoper worden, zelfs als dat een risico van overconsumptie inhoudt? Is het wel duidelijk welke technologieën we precies moeten ondersteunen? Steden kunnen een grote impact hebben op materiële consumptie door het stimuleren van recyclage, hergebruik, deelinfrastructuur, en een duurzaam en Europees aankoopbeleid. We zijn nu ook het potentieel van collectieve warmtevoorziening aan het onderzoeken voor stedelijke wijken. Dit zijn nuttige lessen niet alleen voor ons, maar ook voor andere steden. Er moeten meer Europese middelen ter beschikking gesteld worden voor  lokale investeringen in circulaire en duurzame economie; anders blijven we morrelen in de marge.” (Thomas Van Oppens)